Op een dag eind januari was ze er plotseling niet meer, mijn maatje en dierbaarste collega Blossom. Toen we na twee fijne sessies paardencoaching samen terug liepen naar de wei, begon ze met wiebelige achterbenen te lopen. In de wei ging ze al snel liggen. Eerst nog met haar koppie omhoog, maar terwijl ik telefonisch met de dierenarts aan het overleggen was, ging ze plat liggen, en verdween het leven uit haar.

Dit gebeurde allemaal binnen een half uur. Zo kwam ik van de ene op de andere dag in een rouwproces. Naast dat ik intens verdriet voelde, merkte ik dat ik ook met een professionele blik keek naar hoe zo’n proces bij mijzelf werkte. Het viel mij op hoe de ACT-processen als vanzelf een rol speelden. In plaats van een theoretische uitleg van ACT wil ik beschrijven hoe deze processen zich in een rouwperiode kunnen laten zien. Dat doe ik hieronder per proces, maar je zult zien hoe die processen door elkaar heen lopen, en soms zijn ze niet heel duidelijk.

Acceptatie: Direct na het overlijden stond ik midden in Blossom’s kudde, zonder mensen in de buurt. Daar tussen de paarden voelde het vertrouwd. Daarom durfde ik mijn enorme verdriet te laten gaan, zonder dat een rationeel stemmetje me vertelde dat het raar was dat ik daar zo hard stond te huilen.

In de eerste weken wisselden allerlei gevoelens elkaar af: intens verdriet, dankbaarheid, en toen de scherpste randjes er van af waren, voelde ik soms ook opluchting. Ook merkte ik dat het leven vaak minder licht voelde, zelfs wanneer ik iets deed dat ik normaal leuk vond. Door mijn gevoelens niet weg te duwen, maar er ruimte voor te maken, konden ze komen en gaan. De dagen dat ik me somber voelde en tot niks kwam, nam ik ook voor wat ze waren. Alles mocht er zijn.

Defusie: Ik maakte ruimte tussen mezelf en mijn gedachten in plaats van erin verstrikt te raken. Zo viel ik bijvoorbeeld niet samen met de gedachte “ik moet alleen maar intens verdrietig zijn”, waardoor ik ook andere gevoelens kon ervaren.

Contact met het hier en nu: Door de tijd te nemen om stil te staan bij wat ik in het hier en nu voelde, gaf ik mijn verdriet de ruimte. Als ik iets sociaals deed, kon ik met mijn aandacht bij de interactie blijven, maar achteraf merkte ik dat mijn intense verdriet dan naar de achtergrond was verdwenen, want ik was vooral bezig geweest met sociaal doen. Dan liet mijn rationele stemmetje (in mijn hoofd noem ik haar “Miep”) zich horen met twijfels en schuldgevoelens. En als ik daarna bewust ging voelen, kwamen de tranen spontaan weer. Zo gingen emoties heen en weer in dat hier en nu.

Waarden: Ik ervaar veel dankbaarheid dat Blossom ruim acht jaar in mijn leven was en in die tijd zoveel mensen heeft geraakt. Dankzij haar heb ik destijds een carrièreswitch gemaakt waarin mijn kernwaarden zorgzaamheid en verbinding tot hun volle recht konden komen. Mijn liefde voor haar wilde ik graag delen met anderen en dankzij haar rustige en zachte karakter kon ik dat doen door haar in te zetten als therapiepaard.

Toegewijde actie: In een rouwproces kun je stappen blijven zetten die waardevol en betekenisvol zijn, juist terwijl de pijn en het gemis er zijn. Voor mij zat dat in kleine, bewuste keuzes.

De dag na het overlijden van Blossom had ik een eetafspraak met vriendinnen. Ik koos ervoor om daarheen te gaan. Het was fijn om, samen met mijn verdriet, toch verbinding te zoeken in plaats van me terug te trekken.

Tegelijkertijd gaf ik mezelf ook de ruimte om stil te staan bij het verlies. Ik nam de eerste twee weken vrij om de eerste schok te kunnen verwerken. Soms koos ik er bewust voor om het verdriet even weg te leggen, omdat het zo onwerkelijk voelde dat Blossom er echt niet meer was.

Ook twee maanden later mogen alle gevoelens er nog steeds zijn, voor mij zit er geen einddatum op gemis.

Zelf als context: Wat mij hielp, was dat ik niet samenviel met wat ik voelde. Ik kon mezelf zien als iemand die heel verdrietige gevoelens had, zonder er volledig in op te gaan. Vanuit die positie was er ruimte om ook andere gevoelens op te merken, zoals dankbaarheid dat ik bij Blossom was toen ze overleed. Later voelde ik opluchting, omdat de zorg voor haar wegviel, en tegelijkertijd vond Miep daar wat van, alsof dat gevoel er niet mocht zijn. Natuurlijk had ik veel liever Blossom nog wel bij me gehad mét alle zorgen die daar bij hoorden. Al die gevoelens konden er naast elkaar zijn, terwijl ik degene bleef die ze waarnam.

~~~

Terwijl ik het zo opschrijf, merk ik dat het bijna lijkt alsof het een lijstje is dat je kunt afwerken. Maar zo voelde het helemaal niet. Het gemis kwam en ging, soms onverwacht, soms overweldigend, zonder duidelijke volgorde. En ook lukt het natuurlijk lang niet altijd om met afstand naar je verdrietige gevoelens te kijken, die mag je uiteraard ook echt voelen. Soms hoef je alleen maar even op te merken dat het er is.

Wat mij opviel in mijn eigen proces, was dat er momenten ontstonden zonder dat ik iets probeerde toe te passen. Ze leken eerder vanzelf te ontstaan, doordat ik mezelf toestond om nieuwsgierig te blijven naar wat er in het moment gebeurde.

Een voorbeeld van iets kleins dat veel betekende: Toen ik een vriendin vertelde hoe het overlijden van Blossom was gegaan, merkte Miep op dat ik het vrij vlak vertelde. Terwijl we daar stonden, diende zich ineens een gedachte aan: ik zou eigenlijk graag een knuffel willen. Zonder er over na te denken, sprak ik dat hardop uit. Op het moment dat ze me omhelsde, voelde ik het verdriet weer opkomen en liet ik mijn tranen toe.

Het was geen bewuste techniek, maar iets dat vanzelf ontstond vanuit een basishouding waarin alles er mocht zijn: het vertellen, de afstand, de behoefte aan nabijheid, en daarna ook het verdriet.

Wat mij misschien nog het meest heeft geholpen, is niet zozeer wát ik deed, maar de houding van zelfcompassie waarmee ik erin stond: niets hoefde weg, niets hoefde anders. En als ik er even helemaal doorheen zat en niets ‘accepteerde’, was dat ook oké, want soms lukt afstand nemen helemaal niet, en voelt het vooral zwaar.

In mijn werk zie ik dat rouw veel verschillende vormen kan aannemen: het verlies van een dierbare, maar ook van gezondheid, autonomie of toekomstperspectief. Wat deze ervaringen gemeen hebben, is dat ze pijn doen én dat het leven ondertussen doorgaat.

Misschien is dat wel wat mij het meest heeft geholpen: niet weten hoe het moet, maar bereid zijn om te blijven voelen wat er is, terwijl het leven zich ondertussen ook aandient.

— terug naar de welkomstpagina