Bij de kennismaking vertelde Kim* dat ze worstelde met verschillende delen van zichzelf en hoe die zich tot elkaar verhielden. Tijdens ons gesprek stonden de twee shetlanders, Iwan en Igor, en het paard Valente in de rijbak. Ze observeerden ons vanaf een afstandje. Er lagen balkjes, pionnen, en andere voorwerpen langs de kant.

Ik nam Kim mee de rijbak in en vroeg haar of ze voorwerpen wilde uitzoeken die de verschillende delen waarover ze net had verteld zouden kunnen representeren. Kim was bekend met systemische opstellingen, en vond het geen gekke vaag.

Ze koos twee pionnen en twee balken. Een groene pion als symbool voor haar kern, stevig en helder. Een blauwe pion stond voor haar emotionele kant, een gele balk voor haar analytische en rationele zelf. Ze koos een rode balk voor haar kritische stem, de kant van haar die haar vaak tegenhield. Toen ze de balk oppakte, mompelde ze ‘Stom’. De afwijzing lag er dik bovenop.

“Wil je de balken en pionnen op zo’n manier neerleggen dat het goed voelt voor jou?”, vroeg ik vervolgens. Zorgvuldig plaatste ze de vier voorwerpen in de bak. Eerst zette ze beide pionnen neer. Daarna legde ze balken neer. Die lagen parallel, maar niet helemaal overlappend. De gele balk lag namelijk dichter bij haar kern dan de rode, een weerspiegeling van hoe haar rationele kant altijd een stapje dichterbij mocht komen dan de stem die haar onzeker maakte. Dat kritische deel had jarenlang de overhand gehad. Dit deel wilde niet dat ze naar haar gevoel luisterde, het duwde haar telkens weer terug naar denken, analyseren, controleren.

Ik liet haar even kijken. “Hoe voelt het nu, zoals je jouw verschillende delen nu ten opzichte van elkaar hebt geplaatst?”, vroeg ik. Even bleef ze stil, maar toen verschoof ze de pionnen naar de andere kant—weg van de rode balk, naar het uiteinde van de gele. Het voelde voor Kim meteen beter. Alsof er wat ruimte kwam.

“En hoe zou je willen dat het is?” vroeg ik.

Kim dacht niet lang na. Met een stevige schop duwde ze beide balken opzij. Het kritische deel en het rationele deel verdwenen uit de opstelling. Alleen haar kern en haar emoties bleven over. De twee pionnen stonden dicht bij elkaar, zonder afleiding, zonder ballast.

Iwan kijkt normaal gesproken van een afstand toe. Deze keer bleven de andere twee staan en kwam juist hij in beweging. Hij stapte resoluut naar voren en gaf de blauwe pion een duw met zijn neus. De pion viel om. Even leek hij tevreden, maar toen knabbelde hij er aan. Vervolgens wendde hij zich tot Kim. Hij duwde zijn zachte neus tegen haar jas, hapte in de stof van haar broek, snuffelde aan haar schoenen. Opdringerig, alsof hij haar aandacht opeiste.

Kim keek naar hem en zuchtte. “Ja, precies zoals mijn emoties dat doen,” merkte ze op.

Vervolgens liet ze haar blik over de opstelling gaan—de balken uit de weg, Iwan die tussen de twee pionnen stond, knabbelend aan haar kleren, haar kern die fier overeind stond en andere pion die om lag, maar wel dichtbij was. “Hoe is het om dit zo te zien?”, vroeg ik. Ze haalde diep adem. “Dat mijn kern genoeg is,” zei ze zacht. “Zonder die ballast. Dat is genoeg.”

Alsof hij haar bevestigde, stopte Iwan met zijn irritante geknabbel. Hij liet zijn hoofd zakken en bleef rustig naast haar staan. Zijn achterbenen stonden pal naast de groene pion, zijn lijf precies tussen haar en haar kern in.

Kim glimlachte en legde een hand op zijn hals. “Zie je dat?” zei ze, bijna meer tegen zichzelf dan tegen mij. “Hij verbindt de pion en mij. Alsof hij wil zeggen dat mijn kern goed is zoals die is.” We bleven nog even zo staan. Iwan bewoog zich niet meer. Zijn aanwezigheid was kalm, geaard. Alsof alles op z’n plek was gevallen. Kim had haar antwoord gevonden. Haar kern was voldoende. En dat besef voelde lichter dan ooit.

* Persoonlijke details van de cliënt zijn veranderd vanwege privacy.

— terug naar de welkomstpagina